Leer alles over DIABETES TYPE 2 en het belang van je bloedsuiker onder controle te houden

Wat is type 2 diabetes?

  • Jouw lichaam heeft glucose (een eenvoudige soort suiker) nodig om energie te genereren voor het dagelijkse leven.1 Het glucosegehalte in het bloed wordt heel precies geregeld door twee hormonen: insuline, dat ervoor zorgt dat je lichaam glucose opslaat bij een hoge bloedsuikerspiegel, en glucagon, dat ervoor zorgt dat uw lichaam de opgeslagen glucose weer vrijgeeft bij een lage bloedsuikerspiegel. Zowel insuline als glucagon worden aangemaakt door de pancreas.1
  • Diabetes is een chronische ziekte die optreedt wanneer het lichaam niet langer in staat is om voldoende insuline aan te maken en/of er correct op te reageren.2,3 Diabetes type 1 komt gewoonlijk voor bij jonge mensen en wordt veroorzaakt doordat de pancreas geen insuline kan aanmaken. Diabetes type 2 komt vooral voor bij volwassenen. Mensen met diabetes type 2 kunnen niet goed reageren op insuline, waardoor de hoeveelheid insuline die wordt geproduceerd mettertijd ook afneemt.2
  • Omdat je lichaam er niet in slaagt om glucose goed te gebruiken of op te slaan, kan deze stof zich opstapelen in je bloedsomloop als je diabetes niet wordt behandeld. Dit leidt tot de hoge bloedsuikerspiegel (hyperglycemie) die kenmerkend is voor diabetes.2,3
  • Hoe vaak komt diabetes type 2 voor? Vaak! In 2013 hadden ongeveer 56 miljoen mensen diabetes in Europa, wat overeenkomt met 8,5% van de volwassen bevolking. Ongeveer 90% van deze mensen heeft diabetes type 2 — dat zijn zo’n 50 miljoen mensen.3
    Er wordt verwacht dat dit aantal tegen 2035 zal toenemen tot 69 miljoen mensen, of meer dan 10 % van de volwassen bevolking.3

Referenties

  1. Constanti A, Barte A. Basic Endocrinology. 4e uitgave. 2005 Harwood publishers.
  2. American Diabetes Association. Diabetes Care 2014;37(Suppl. 1):S14–80.
  3. International Diabetes Federation (IDF). Diabetes Atlas, 6de uitgave. Beschikbaar op: http://www.idf.org/diabetesatlas. Laatst bekeken in januari 2014.

Waarom verhoogt diabetes type 2 mijn bloedsuikerspiegel?

  • Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt door de pancreas en de cellen van het lichaam ontgrendelt zodat ze suiker kunnen opnemen en omzetten in energie.2,3 Bij diabetes type 2 kan je lichaam niet correct reageren op insuline, en maakt het uiteindelijk niet meer voldoende insuline aan.2

Referenties

  1. Constanti A, Barte A. Basic Endocrinology. 4e uitgave. 2005 Harwood publishers.
  2. American Diabetes Association. Diabetes Care 2014;37(Suppl. 1):S14–80.
  3. International Diabetes Federation (IDF). Diabetes Atlas, 6de uitgave. Beschikbaar op: http://www.idf.org/diabetesatlas. Laatst bekeken in januari 2014.

Waarom is een hoge bloedsuikerspiegel slecht voor mij?

  • In het begin voel je je niet noodzakelijk onwel door uw diabetes. Na verloop van tijd kan te veel suiker in je bloed de bloedvaten in je organen echter beschadigen, wat kan leiden tot complicaties van diabetes, zoals blindheid, nierziekte, amputaties van de onderste ledematen, hartziekten en beroertes.3 Het is dan ook erg belangrijk om jouw bloedsuikerspiegel onder controle te houden via gezonde voeding, lichaamsbeweging en medicatie.3

Referenties

  1. Constanti A, Barte A. Basic Endocrinology. 4e uitgave. 2005 Harwood publishers.
  2. American Diabetes Association. Diabetes Care 2014;37(Suppl. 1):S14–80.
  3. International Diabetes Federation (IDF). Diabetes Atlas, 6de uitgave. Beschikbaar op: http://www.idf.org/diabetesatlas. Laatst bekeken in januari 2014.
zorg-voeten
zorg-voeten-active
zorg-ogen
zorg-ogen-active
zorg-tanden
zorg-tanden-active
zorg-nieren
zorg-nieren-active

Zorg voor jezelf !

Voeten

  • Het is belangrijk dat mensen met diabetes hun voeten goed verzorgen. Diabetes kan leiden tot een verlies van gevoeligheid en een slechtere doorbloeding, waardoor een klein schrammetje dat je niet hebt opgemerkt en niet hebt behandeld na verloop van tijd tot een ernstige infectie kan leiden, waardoor je misschien in het ziekenhuis moet worden opgenomen of meer ernstige problemen kunt ontwikkelen.

Hier vind je heel veel praktische tips over hoe je best voor je voeten zorgt!

Ogen

  • Oog- en gezichtsproblemen komen vaker voor bij mensen met diabetes dan bij de rest van de bevolking. Je kan oogproblemen voorkomen of uitstellen door:
    • je diabetesbehandeling te volgen, met het juiste voedingspatroon, voldoende lichaamsbeweging en de juiste medicatie;
    • niet te roken;
    • uw bloeddruk onder controle te houden, ook via de juiste voeding, voldoende lichaamsbeweging en de door je zorgverlener voorgeschreven medicatie.
  • Cataract, glaucoom en retinopathie zijn de belangrijkste oogproblemen die zich voordoen bij diabetespatiënten. Aangezien de symptomen aanvankelijk bijzonder mild zijn, is het verstandig om na de diagnose van diabetes jaarlijks op controle te gaan. Die controle omvat:
    • een meting van de gezichtsscherpte
    • een meting van de oogdruk
    • een onderzoek van de achterzijde van het oog (het netvlies)

Tanden, tandvlees en mond

  • Verschillende studies hebben aangetoond dat mondziekten vaker voorkomen bij mensen met de diabetes dan bij de rest van de bevolking.4,5 Onder mondziekten verstaan we onder meer ontstekingsprocessen in het tandvlees (tandvleesontsteking) en in het weefsel en de botten rond de tanden (parodontitis). Om je mond gezond te houden, dien je elke 6 maanden op controle te gaan bij de tandarts, die jouw mond ook kan reinigen indien nodig. Vergeet niet om elke ochtend en avond je tanden te poetsen, en noteer elke bloeding of ontsteking. Als je een bloeding of ontsteking opmerkt, maak dan een afspraak bij de tandarts en vertel hem/haar dat je diabetes type 2 hebt.

Nieren

  • De nieren zijn van levensbelang en zijn een van de lichaamsdelen die schade kunnen oplopen als uw diabetes niet goed onder controle wordt gehouden. Een hoge bloedsuikerspiegel kan gevolgen hebben voor de nierfunctie, wat kan verergeren door roken en een hoge bloeddruk. Door je diabetesbehandeling nauwgezet te volgen (voeding, lichaamsbeweging en medicatie), kan je jouw bloedsuikerspiegel onder controle houden en gevolgen voor de nieren vermijden. Je zorgverlener zal in het kader van uw reguliere bloedtests ook de concentraties van kleine proteïnen controleren, het zogeheten microalbumine, die het mogelijk maken om nierziekten in een vroege fase op te sporen

Wat kan ik doen om mijn diabetes type 2 onder controle te houden ?

  • Ondertussen is uit verschillende grootschalige studies gebleken dat een levensstijl die gezonde voeding en veel beweging omvat u kan helpen om uw diabetes type 2 onder controle te houden.6
  • Het is bewezen dat aerobe activiteiten (zoals wandelen) en/of weerstandsactiviteiten (zoals het tillen van zware voorwerpen) de manier waarop het lichaam reageert op insuline verbeteren bij mensen met diabetes type 2 en verband houden met lagere ziekte- en sterftecijfers.6,7
  • Afvallen, zelfs al is het maar 5-10% van uw totale lichaamsgewicht, kan je lichaam helpen om insuline aan te maken en te gebruiken, waardoor je jouw bloedsuiker beter onder controle krijgt.7,8
  • Bij elke maaltijd dezelfde hoeveelheid koolhydraten eten, kan helpen om je bloedsuikerspiegel constant te houden. Een vezelrijke voeding (tussen 25 en 30g vezels per dag) kan ook helpen om je bloedsuikerspiegel onder controle te houden.7 Een gezond voedingspatroon kan ook bijdragen tot gewichtsverlies, wat jou helpt om je diabetes onder controle te houden.9
  • Je zorgverlener kan medicatie voorschrijven die jou kan helpen om, als aanvulling op aanpassingen van je levensstijl, jouw beoogde bloedsuikerwaarden te halen.

Referenties

  1. International Diabetes Federation. Global guideline for Type 2 diabetes. Beschikbaar op: http://www.idf.org/centrum/default/files/IDF-Guideline-for-Type-2-Diabetes.pdf. Laatst bekeken in november 2013.
  2. Delahanty LM, McCulloch DK. Patient information: Type 2 diabetes mellitus and diet (Beyond the Basics). Beschikbaar op: http://www.uptodate.com/contents/type-2-diabetes-mellitus-and-diet-beyond-the-basics. Laatst bekeken in januari 2014.
  3. American Diabetes Association. Diabetes Care 2004;27(Suppl. 1):S58–62.
  4. Evert AB, et al. Diabetes Care 2013;36:3821–42.

Hoe wordt diabetes type 2 behandeld?

Behandelingen

Dieet, gewichtsverlies en een gezonde levensstijl blijven de hoekstenen van de behandeling van diabetes type 2. In de praktijk en zeker op lange termijn blijft dit echter voor vele patiënten moeilijk haalbaar.

Afhankelijk van de evolutie van diabetes type 2, zal voor veel mensen een medicatie behandeling nodig zijn. Deze behandeling kan een orale of injecteerbare antidiabetica geneesmiddel zijn. Medicatie vervangt nooit gezonde voeding en een gezonde levensstijl, maar is complementaire.

Diabetes type 2 moet aangepakt worden om het risico om micro- en macrovasculaire complicaties te verminderen.

Huidige diabetesmedicatie voor type 2 diabetes1

  • Biguanidines

    Zijn de basisbehandeling voor de per os behandeling van diabetes type 2 (indien goed verdragen en niet gecontraindiceerd). Ze verlagen de hyperglykemie door middel van een vermindering van de glucogenese in de lever en een verhoging van de perifere insulinegevoeligheid. Met deze klasse van geneesmiddelen is het risico van hypoglykemie laag. Metformine is de standaard.

  • Sulfonylurea en gliniden

    Sufonylureas zijn insulinesecretagogen. Zij stimuleren de vrijgave van insuline uit de betacellen in de pancreas. Deze klasse van medicatie heeft enkele bijwerkingen zoals een gewichtstoename of een verhoogd risico op hypoglykemie.

    Voorbeelden zijn glibencamide, gliclazide, glimepiride en gliquidone.

  • Meglitinidederivaten

    Meglitiniden zijn eveneens insulinesecretagogen zoals sulfonurea maar ze zijn kortwerkend. Ze veroorzaken de vrijlating van insuline via de pancreas tijdens de maaltijd. Daarom, moeten zij ingenomen worden alvorens te eten. Ze kunnen ook het risico van hypoglykemie verhogen.

    Voorbeeld is repaglinidine.

  • Alfa-glucosidase-inhibitoren

    Alfa-glucosidase-inhibitoren verlengen de absorptie van koolhydraten en helpen zo plotse postprandiale stijgingen van de glykemie te voorkomen. Deze klasse verhoogt het risico van hypoglykemie niet, maar het gebruik ervan is zeer beperkt wegens de gastro-intestinale bijwerkingen ervan. Wegens gastrointestinale bijwerkingen is hun gebruik eerder beperkt.

    Voorbeeld is Acarbose

  • Thiazolidinediones

    Thiazolidinediones verminderen de perifere insulineresistentie en bevordert zo de natuurlijke werking van insuline op niveau van spier- en vetweefsels.

    Voorbeeld is pioglitazonre

  • Dipeptidyl Peptidase 4 inhibitoren (DPP-4-i)

    Incretines (GLP-1 en GIP) zijn natuurlijke hormonen die worden afgescheiden in het begin van een maaltijd. Het is de maaltijd die hun vrijlating activeert. Ze geven ook het gevoel van verzadiging door het leegmaken van de maag te vertragen, bijgevolg is er een verminderde eetlust. Hierdoor kan een gewichtsverlies een extra gunstig effect hebben.

    Type 2 diabetespatienten produceren minder incretines. Ook de insulinesecretie is bij hen verstoord.

    Incretines werken slechts kortstondig doordat ze ter plaatse snel worden afgebroken door een darmenzym (DPP-4). De halfwaardetijd van de incretines kan worden verhoogd door dit enzym te inhiberen. Dit is wat de verschillende ‘gliptinen’ of DPP-4 inhibitoren doen.

    Deze klasse biedt weinig risico van hypoglykemie. Dit risico kan echter verhogen als het gekoppeld wordt aan een sulfonylurea of insuline, wegens een verhoogd risico van hypoglykemie door deze laatste 2 klassen.

    Saxagliptine, sitagliptine, vildagliptine, linagliptine en alogliptine behoren tot deze klasse.

  • Glucagonlike peptide-1 (GLP-1) analogen

    Ter hoogte van de pancreas stimuleert GLP-1 de secretie van insuline en blokkeert het de glucagonsecretie in functie van de glykemie. Dit incretine-effect is bij diabetici verstoord (geringere secretie van incretines en verminderde insulinerespons). Glucagonlike peptide-1 analogen bootsen GLP-1 na en stimuleren dus glucose-afhankelijke insulinesecretie, glucagonafname en vertraagde maaglediging met als gevolg ook gewichtsafname.

    Deze medicatie wordt subcutaan toegediend.

    Deze klasse biedt weinig risico van hypoglykemie. Dit risico kan echter verhogen als het gekoppeld wordt aan een sulfonylurea of insuline, wegens een verhoogd risico van hypoglykemie door deze laatste 2 klassen.

    Tot deze klasse behoren exenatide, dulaglutide, liraglutide en albiglutide.

    Weekelijkse Exenatide , dulaglutide en albiglutide zijn beschikbaar als subcutane injectie éénmaal per week.
    Liraglutide en lixisenatide zijn beschibaar als 1 x dag
    Dagelijkse exenatide is beschibaar als 2 x dag

  • Selective Sodium-Glucose coTransporter-2-inhibitoren (SGLT-2-inhibitoren)

    Ongeveer 90% van de door de nierglomeruli gefiltreerde glucose wordt gereabsorbeerd ter hoogte van de proximale tubulus door een transporter genaamd SGLT-2 (sodium-glucose cotransporter 2). Door deze transporter te blokkeren, vermindert de reabsorptie van glucose, met als gevolg dat de glykemie daalt maar ook dat het equivalent van ongeveer 280kcal/dag met de urine wordt afgevoerd in de vorm van suiker. Dit leidt ook tot gewichtsverlies als extra gunstig effect.

    SGLT2-inhibitoren werken dus volgens een mechanisme dat volledig onafhankelijk is van insuline en houden dan ook een zwak risico op hypoglykemie in.

    Dit risico kan echter verhogen als het gekoppeld wordt aan een sulfonylurea of insuline, wegens een verhoogd risico van hypoglykemie door deze laatste 2 klassen.

    Dapagliflozine, canagliflozine en empagliflozine behoren tot deze klasse.

  • Insuline

    Insuline is de basisbehandeling voor diabetes type 1.

    Bij type 2 diabetes merken we echter op dat na verloop van tijd er een vermindering van aanmaak van insuline door de pancreas is.

    Dit gaat zeer snel en hierdoor is de diabetes niet goed in evenwicht. Wanneer de productie van insuline door de pancreas te laag wordt, zijn de orale behandelingen of de GLP-1-receptor agonisten niet voldoende meer en moet er een behandeling met insuline opgestart worden.

    Injecteerbare insuline vervangt de insuline die door het lichaam aangemaakt zou moeten worden. Afhankelijk van het profiel van de patiënt, zal de arts verschillende soorten insuline kiezen.

Referentie

  1. Vanderstraeten J. La Revue de la Médecine Générale 2010;270:67-69.

NS Approval ID 1038916 Revision date 03/2017